stralen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stra·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stralen
straalde
gestraald
zwak -d volledig

Werkwoord

stralen inergatief

  1. inergatief straling uitzenden
    • De zon straalt bijzonder helder vandaag. 
  2. inergatief licht weerkaatsen
    • De maan straalt bijzonder helder vannacht. 
  3. inergatief een heel blije uitdrukking op het gezicht hebben
    • Na zijn spectaculaire prestatie straalde hij helemaal. 
    • Zijn hele wezen scheen te stralen van plezier. [2] 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

stralen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord straal
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 29