pronk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pronk
enkelvoud meervoud
naamwoord pronk -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

pronk m [1] [2]

  1. praal, opzettelijk en opzichtig vertoon
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
pronken

pronk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pronken
    • Ik pronk. 
  2. gebiedende wijs van pronken
    • Pronk! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pronken
    • Pronk je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

Meer informatie