pronkstuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pronk·stuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pronkstuk pronkstukken
verkleinwoord pronkstukje pronkstukjes

Zelfstandig naamwoord

pronkstuk o

  1. een persoon of zaak die uitmunt door schoonheid, voortreffelijkheid o.i.d
    • Het pronkstuk van de avond liet een mooie herinerring achter. 
    • Die versneller moet de opvolger worden van de Large Hadron Collider (LHC), die na aanpassingen overigens nog tot 2040 metingen kan verrichten. De LHC is het pronkstuk van de huidige deeltjesfysica, de natuurkundetak die het tot zijn missie maakt om de allerkleinste bouwsteentjes te vinden waarvan alles om ons heen is gemaakt. [1] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen