pro

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘voorzetsel’ voor het eerst aangetroffen in 1564 [1]
  • van Latijn pro [2]

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijwoord.

Bijwoord

pro

  1. voor

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

pro m

  1. (spreektaal) iemand die ergens goed in is
    «Gabriel, t'es un pro de la drague!»
    Gabriël, je bent een echte versierder! [1]

Verwijzingen


Latijn

Voorzetsel

prō + ablatief

  1. voor
  2. in plaats van; in ruil voor
    «Pro consule.»
    In plaats van de consul.
  3. overeenkomstig, naar, volgens, in verhouding tot


Tsjechisch

Voorzetsel

  1. voor
    «Je čas pro akci.»
    Het is tijd voor actie.
    «To je pro váš nos.»
    Dat ligt voor uw neus.