overeenkomstig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·een·kom·stig
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘voorzetsel’ voor het eerst aangetroffen in 1793 [1]
  • afgeleid van overeenkomst met het achtervoegsel -ig [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen overeenkomstig overeenkomstiger overeenkomstigst
verbogen overeenkomstige overeenkomstigere overeenkomstigste
partitief overeenkomstigs overeenkomstigers -

Bijvoeglijk naamwoord

overeenkomstig [3]

  1. gelijkenis vertonend
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

Bijwoord

overeenkomstig

  1. gelijk zijn aan
    • Overeenkomstig onze afspraak van maandag, sturen wij u hierbij de factuur. 
Synoniemen