praatstoel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • praat·stoel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord praatstoel praatstoelen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

praatstoel m [1]

  1. gemakkelijke stoel waarin het aangenaam praten is
    • Toch wil dat niet zeggen dat hij partijpolitiek verkocht is: de Democraten krijgen er net zo goed van langs als ze stommiteiten uithalen, en president Obama had het niet altijd makkelijk in Stewarts praatstoel. Maar niettemin is Stewart duidelijk een man die meer inspiratie vond in het spotten met George W. Bush dan met Barack Obama. [2] 
  2. plaats vanwaar men mensen kan toespreken
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op zijn praatstoel zitten
uitgebreid aan het praten zijn
  • Eenmaal op de praatstoel was Ardesch niet te stoppen. [3]
  • Bastiaan zit op de (verwarmde) praatstoel. Hij vertelt over alle dingen die hij doet en gedaan heeft: zanger, acteur, producent, you name it. Hij is juist aan het vertellen over de recente reünie van Caught In The Act, de boyband waarvan hij tussen 1993 en 1998 deel uitmaakte en waarmee hij grote successen boekte in Duitsland en Azië (15 miljoen verkochte albums!), wanneer zijn telefoon gaat. [4]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 12 FEBRUARI 2015 Steven De Foer
  3. Tubantia 17-01-2014
  4. Volkskrant Henk Van Straten 11 februari 2017
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be