praatgraag
Uiterlijk
- Geluid: praatgraag (hulp, bestand)
- IPA: / ˈpratxrax / (2 lettergrepen)
- praat·graag
- samenstelling van praat ww en graag
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | praatgraag | praatgrager | praatgraagst |
| verbogen | praatgrage | praatgragere | praatgraagste |
| partitief | praatgraags | praatgragers | - |
praatgraag
- geneigd tot kletsen, loslippig, graag pratend
- De praatgrage meisjes hadden niet door dat de film al begonnen was.
- Het woord praatgraag staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.