praatgraag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • praat·graag
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen praatgraag praatgrager praatgraagst
verbogen praatgrage praatgragere praatgraagste
partitief praatgraags praatgragers -

Bijvoeglijk naamwoord

praatgraag

  1. geneigd tot kletsen, loslippig, graag pratend
    De praatgrage meisjes hadden niet door dat de film al begonnen was.