praatvaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • praat·vaar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord praatvaar praatvaars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

praatvaar m [1]

  1. oude man die teveel kletst
Vertalingen

Gangbaarheid

19 % van de Nederlanders;
63 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen