potvis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pot·vis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord potvis potvissen
verkleinwoord potvisje potvisjes

Zelfstandig naamwoord

potvis m

  1. (zoogdieren) Physeter macrocephalus op Wikispecies, grote tandwalvis
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen