cachalot
Uiterlijk
- van Portugees cachalote "potvis" (misschien via het Spaans), een afleiding van cachola "grote kop" [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| cachalot | le cachalot | cachalots | les cachalots |
cachalot m
- ↑ cachalot (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.