positron

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·si·tron
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘positief geladen deeltje’ voor het eerst aangetroffen in 1948 [1]
  • afgeleid van positief met het achtervoegsel -tron [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord positron positronen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

positron o

  1. (natuurkunde) een positief deeltje dat het antideeltje van een elektron is
    • Sommige radioactieve isotopen zenden positronen uit. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

41 % van de Nederlanders
49 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen