place

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Griekse woord plateia.
vervoeging
onbepaalde wijs to place
he/she/it places
verleden tijd placed
voltooid
deelwoord
placed
onvoltooid
deelwoord
placing
gebiedende wijs place

Werkwoord

place

  1. neerzetten, plaatsen
    «To reheat the meal, cover and place in the microwave.»
    Om de maaltijd op te warmen, dek hem af en plaats hem in de magnetron.
  2. thuisbrengen
Afgeleide begrippen
enkelvoud meervoud
place places

Zelfstandig naamwoord

place

  1. plaats, plek
  2. ruimte
  3. terrein, gebouw
  4. huis
  5. straat, plein
  6. (wiskunde) decimaal cijfer na de komma
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: go places
ver brengen
  • [1]: in place
op zijn plaats
  • [1]: in place of
in plaats van
  • [1]: in the first place
in de eerste plaats
  • [1]: out of place of
niet op zijn plaats / overhoop
  • [1]: take place
plaatsvinden
  • [1]: take place of
vervangen


Frans

Werkwoord

vervoeging van
placer

place

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van placer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van placer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van placer
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  place     la place     places     les places  

Zelfstandig naamwoord

place v

  1. plein
    La place de la Concorde.


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
placer

place

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van placer
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van placer