parelhoen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·rel·hoen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord parelhoen parelhoenders
parelhoenderen
verkleinwoord parelhoentje parelhoentjes

Zelfstandig naamwoord

parelhoen o

  1. (vogels) hoenderachtige vogel uit de Numididae op Wikispecies
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen