overtuigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • over·tui·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overtuigen
overtuigde
overtuigd
zwak -d volledig

Werkwoord

overtúígen

  1. overgankelijk met argumenten tot andere visies brengen [2]
    Elke dag staan we voor de uitdaging om anderen te overtuigen, zowel op het werk als privé.
  2. overgankelijk (scheepvaart) een zeilschip tuigen met te veel zeiloppervlak [3]
    Zij hadden hun schip overtuigd en kwamen daardoor in de problemen.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overtuigen
tuigde over
overgetuigd
zwak -d volledig

Werkwoord

óvertuigen

  1. inergatief (scheepvaart) een ander tuig opzetten, met name bij een zeilplank
    Ik heb uiteindelijk toch maar overgetuigd naar 4.7.
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal