oppervlakte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·per·vlak·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oppervlakte oppervlakten, oppervlaktes
verkleinwoord oppervlaktetje oppervlaktetjes

Zelfstandig naamwoord

oppervlakte v

  1. vlak dat iets naar boven begrenst
    Vissen met longen moeten aan de oppervlakte van de zee komen om adem te halen.
  2. uitgebreidheid, grootte in m²
    De oppervlakte van een driehoek bereken je door de basis maal de hoogte te delen door twee.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie