Naar inhoud springen

oppervlakte

Uit WikiWoordenboek
  • op·per·vlak·te
  • In de betekenis van ‘bovenste vlakte, buitenkant’ voor het eerst aangetroffen in 1704 [1]
  • Afgeleid van vlakte met het voorvoegsel opper-
enkelvoud meervoud
naamwoord oppervlakte oppervlakten
oppervlaktes
verkleinwoord oppervlaktetje oppervlaktetjes

deoppervlaktev

  1. vlak dat iets naar boven begrenst
    • Vissen met longen moeten aan de oppervlakte van de zee komen om adem te halen. 
     De N staat voor neuraminidase, een eiwit aan de oppervlakte van het influenzavirus dat een rol speelt bij het vrijkomen van het virus uit een geïnfecteerde cel.[2]
     De bliksemschicht bevat een enorme hoeveelheid energie waarbij heel veel warmte vrijkomt. De binnenkant van de bliksemstraal kan volgens Weerplaza wel 33.000 graden zijn. Ter vergelijking: de oppervlakte van de zon is ongeveer 5.500 graden. De hitte zorgt ervoor dat de lucht rondom de bliksemschicht uitzet waardoor een schokgolf ontstaat in de lucht. En dat horen wij als de donder.[3]
  2. uitgebreidheid, grootte in m²
     Er zijn dan ook al plannen om het Argentijnse Pierre Auger Observatory uit te breiden tot vijfduizend vierkante kilometer, en er worden fondsen gezocht voor de bouw van Pierre Auger North, met een oppervlakte van twintigduizend vierkante kilometer, in het zuidoosten van Colorado.[4]
     Ze hoeft het niet eens te lezen om zich te herinneren wat erin staat: de oppervlakte van het perceel, de bruikbaarheid van de schuur, de staat van het huis: onbewoonbaar.[5]
    • De oppervlakte van een driehoek bereken je door de basis maal de hoogte te delen door twee. 
  • aan de oppervlakte komen
zichtbaar worden
  Mijn emoties kwamen meer naar de oppervlakte zodat kleine gebeurtenissen veel meer indruk op me maakten dan eerst. [6] 
 Dit moment zou veertig jaar later vanuit mijn onderbewustzijn naar de oppervlakte komen, zo dichtbij dat ik het bijna, maar net niet helemaal, kon pakken.[7]
  • onder de oppervlakte
in het verborgene
  1.  Onder de oppervlakte begon het hier al vanaf de jaren tachtig te gisten.[8]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[9]
  1. "oppervlakte" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Roel Coutinho
    “Epidemieën en pandemieën” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025310592
  3. Bronlink geraadpleegd op 24 juni 2022 Weblink bron “Dit is waarom het vaker onweert als het warmer wordt” (Vrijdag 24 juni 2022), NU.nl
  4. “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789464043075
  5. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  6. Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
  7. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  8. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  9. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

oppervlakte

  1. oppervlakte

oppervlakte

  1. oppervlakte

oppervlakte

  1. oppervlakte; uitgebreidheid, grootte in m²