oppervlak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·per·vlak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oppervlak oppervlakken
verkleinwoord oppervlakje oppervlakjes

Zelfstandig naamwoord

oppervlak o

  1. een vlak dat iets naar boven of naar buiten begrenst
    • Hij schuurde met een schuurspons de verf van het oppervlak van de ballustrade. 
    • Het lijkt misschien het makkelijkst om op aarde een kant-en-klare maanmodule te bouwen en die vervolgens naar de maan te sturen. Toch pleit Vermeulen om juist gebruik te maken van de grondstoffen van de maan zelf, om zo onafhankelijk te zijn van de aarde. Een efficiënte manier is om bijvoorbeeld gebruik te maken van de bewoonbare lavatunnels waar een vestiging in gebouwd kan worden. Op die manier biedt het oppervlak van de maan zelf voldoende bescherming [1] 
Synoniemen
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen