oppervlak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·per·vlak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oppervlak oppervlakken
verkleinwoord oppervlakje oppervlakjes

Zelfstandig naamwoord

oppervlak o

  1. een vlak dat iets naar boven of naar buiten begrenst
    Hij schuurde met een schuurspons de verf van het oppervlak van de ballustrade.
Synoniemen
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie