opperen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·pe·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opperen
opperde
geopperd
zwak -d volledig

Werkwoord

opperen

  1. overgankelijk iets voorstellen
    Er werden allerlei bezwaren geopperd tegen zijn nieuwe voorstel.
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.