uitdrukken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·druk·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitdrukken
drukte uit
uitgedrukt
zwak -t volledig

Werkwoord

uitdrukken

  1. wederkerend zich ~: een gevoel of gedachte in taal verwoorden
    • Hij drukte zich uit in niet mis te verstane woorden. 
  2. iets proberen te communiceren in iets anders dan woorden
     Alleen al het onroerendgoedarsenaal in Berlijn en Dresden bezat waarschijnlijk een waarde die niet zomaar in geld was uit te drukken.[1]
     Haar vader had zich dus ingelaten met zwartemarkthandelaars en was zijn geld kwijtgeraakt? Ja, zo zou je het, misschien iets minder fijngevoelig, uit kunnen drukken.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be