opperman

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·per·man
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘helper van metselaar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1]
  • afgeleid van man met het voorvoegsel opper- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord opperman opperlieden
opperlui
oppermannen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

opperman m [3]

  1. (beroep) helper van metselaars of stratenmakers, die materiaal (stenen, specie, zand) aanvoert

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen