opname

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·na·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opname opnamen
opnames
verkleinwoord opnametje opnametjes

Zelfstandig naamwoord

opname v/m

  1. de handeling of het proces van het opnemen
    • De opname van water in deze bodem is traag doordat er een vette kleilaag net onder het oppervlak ligt. 
  2. een vastlegging van geluid of beeld op een drager.
    • Er is een prachtige opname van die sonate. 
  3. (medisch) het toelaten van een patiënt in de zorg van een ziekenhuis
    • De opname van grootmoeder ging niet vlot door een gebrek aan personeel op de administratieve dienst. 
  4. (medisch) de afdeling van een ziekenhuis die zich met het opnemen van patiënten bezighoudt
    • De wachtzaal van opname was overbevolkt met zieke mensen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen