toelating

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·la·ting
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van toelaten met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord toelating toelatingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

toelating v

  1. het recht om toegelaten te worden
    • Met het winnen van die wedstrijd, had de tennisser rechtstreekse toelating voor Roland Garros afgedwongen. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.