fotografía
Uiterlijk
- fo·to·gra·fí·a
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| fotografía | fotografías |
fotografía v
- [1] foto
| vervoeging van |
|---|
| fotografiar |
fotografía
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van fotografiar
- gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van fotografiar