kiekje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kiek·je
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘amateurfoto’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1899 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord kiekje kiekjes

Zelfstandig naamwoord

kiekje o dim. tant.

  1. een fotografische registratie zonder al te hoge kwaliteit
    • Hij had een boek volgeplakt met kiekjes van de vakantie. 
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

kiekje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kiek

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen