inschrijving

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·schrij·ving
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inschrijving inschrijvingen
verkleinwoord inschrijvinkje inschrijvinkjes

Zelfstandig naamwoord

inschrijving v

  1. de daad van het inschrijven
    • De inschrijving van de nieuwe studenten kostte aardig wat tijd. 
  2. een document waarmee men zich opgeeft of inschrijft
    • We hebben al heel veel inschrijvingen ontvangen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.