ziekenhuisopname

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zie·ken·huis·op·na·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ziekenhuisopname ziekenhuisopnames
ziekenhuisopnamen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ziekenhuisopname v/m

  1. (medisch) het verblijf als patiënt in een ziekenhuis, hospitalisatie
    • Is het aantal ziekenhuisopnames toe- of afgenomen? 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.