oosten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oos·ten
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord oosten
verkleinwoord

oosten o

  1. (windstreek) een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de rechterkant
    De zon komt op in het oosten.
    Duitsland ligt ten oosten van Nederland en België.
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl