oosten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oos·ten
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord oosten
verkleinwoord

oosten o

  1. (windstreek) een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de rechterkant
    • De zon komt op in het oosten. 
    • Duitsland ligt ten oosten van Nederland en België. 
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl