noodzakelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nood·za·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen noodzakelijk noodzakelijker noodzakelijkst
verbogen noodzakelijke noodzakelijkere noodzakelijkste
partitief noodzakelijks noodzakelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

noodzakelijk [2]

  1. erg nodig
    • Met die erge sneeuw doen we alleen de noodzakelijke boodschappen. 
    • in het wetenschappelijk en filosofisch taalgebruik noemt men iets noodzakelijk als het tegengestelde onmogelijk is 
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen