onderzoeker
Uiterlijk
- Geluid: onderzoeker (hulp, bestand)
- IPA: / ˌɔndərˈzukər / (4 lettergrepen)
- on·der·zoe·ker
- Afgeleid van onderzoek
- Naamwoord van handeling van onderzoeken met het achtervoegsel -er
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | onderzoeker | onderzoekers |
| verkleinwoord | onderzoekertje | onderzoekertjes |
de onderzoeker m
- iemand die een onderzoek uitvoert
- (beroep) een beoefenaar van de wetenschap
- De onderzoeker probeerde de gang van zaken te doorgronden.
- ▸ "Onderzoekers zijn hier welkom": Macron was vandaag kritisch over het beleid van zijn Amerikaanse collega. "Wie had ooit kunnen denken dat zo'n grote democratie, met een economie die juist steunt op vrije wetenschap, zo'n grote fout zou maken", zei Macron. Amerikaanse onderzoekers zijn hier welkom, voegde hij eraan toe. En om ze op te vangen heeft Parijs 100 miljoen euro beschikbaar. "Europa moet een toevluchtsoord zijn voor wetenschappers die worden bedreigd."[1]
- Het woord onderzoeker staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onderzoeker" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron Frank Renout“Europa: 600 miljoen euro om Amerikaanse wetenschappers aan te trekken” (5 mei 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -er in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %