nota

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • no·ta
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nota nota's
verkleinwoord notaatje notaatjes

Zelfstandig naamwoord

nota v / m [2] [3]

  1. rekening, factuur
  2. aantekening, notitie
  3. officieel geschrift met een mededeling of waarin een standpunt wordt uiteengezet
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal



Frans

Werkwoord

vervoeging van
noter

nota

  1. derde persoon enkelvoud verleden tijd (passé simple) van noter


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • no·ta

Zelfstandig naamwoord

nota g

  1. rekening
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   nota     notan     notor     notorna  
genitief   notas     notans     notors     notornas  
Afgeleide begrippen


Spaans

enkelvoud meervoud
nota notas

Zelfstandig naamwoord

nota v

  1. (muziek) noot

Werkwoord

vervoeging van
notar

nota

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van notar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van notar