moederkoek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

moederkoek
Uitspraak
Woordafbreking
  • moe·der·koek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord moederkoek moederkoeken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

moederkoek m [3]

  1. orgaan bestaande uit baarmoederslijmvlies en embryoblaasje dat zorgt voor de uitwisseling van voedingsstoffen, zuurstof en afvalstoffen tussen moeder en ongeboren kind.}}
    • Het ongeboren kind is met de navelstreng verbonden met de moederkoek. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen