nadir

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·dir
enkelvoud meervoud
naamwoord nadir -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nadir o

  1. (medisch) voetpunt
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

15 % van de Nederlanders;
16 % van de Vlamingen.

Meer informatie