nadir

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·dir
enkelvoud meervoud
naamwoord nadir -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nadir o

  1. (medisch) voetpunt
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

18 % van de Nederlanders;
18 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be