muntte
Uiterlijk
- munt·te
| vervoeging van |
|---|
| munten |
muntte
- enkelvoud verleden tijd van munten
- Ik muntte.
- Jij muntte.
- Hij, zij, het muntte.
- Ik muntte.
- ▸ Criminoloog Wouter Buikhuisen is afgelopen dinsdag op 91-jarige leeftijd overleden. Buikhuisen is onder meer bekend van de affaire Buikhuisen. Ook muntte hij de naam provo voor de Provobeweging in Amsterdam, een protestbeweging die in de jaren 60 werd opgericht.[1]
- Het woord muntte staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron “Criminoloog Wouter Buikhuisen (91) overleden” (10 mei 2025), NOS