motorfiets

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·tor·fiets
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘tweewielig motorvoertuig’ voor het eerst aangetroffen in 1902 [1]
  • samenstelling van  motor   en  fiets   [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord motorfiets motorfietsen
verkleinwoord motorfietsje motorfietsjes

Zelfstandig naamwoord

motorfiets v/m

  1. (verkeer) een gemotoriseerd voertuig op twee of drie wielen (met een cilinderinhoud groter dan 50 cc indien het een verbrandingsmotor betreft)
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen