motief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·tief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord motief motieven
verkleinwoord motiefje motiefjes

Zelfstandig naamwoord

motief o

  1. de reden om iets te doen
    • De jongen had geen motief voor de moord. 
  2. een zich herhalend patroon (ook (muziek))
    • De blouse had een beetje een vreemd motief. 
  3. onderwerp dat in een verhaal etc. wordt uitgediept, leidmotief
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie