motiveren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·ti·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘staven’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1]
  • afgeleid van het Franse motiver (met het achtervoegsel -eren) [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
motiveren
motiveerde
gemotiveerd
zwak -d volledig

Werkwoord

motiveren overgankelijk

  1. van argumenten voorzien
  2. (psychologie) enthousiast maken
     Ik had er soms ook moeite mee om elke dag weer gemotiveerd door te gaan.[3]
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen