motivatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·ti·va·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord motivatie motivaties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

motivatie v

  1. enthousiasme voor een taak
     Maar als het straks voorbij is, wil iedereen de (gratis) plantjes wel hebben. Zeegers is verrast en onder de indruk van de motivatie van de belangstellenden. "Er zijn mensen die zeggen dat ze het fantastisch zouden vinden als ze de planten in het buurthuis kunnen neerzetten. Er zijn ook mensen die het met de school in de wijk hebben besproken, kunnen we daar nog planten gebruiken?"[1]
  2. (psychologie) de wil om iets te bereiken
     Het was alsof er meerdere mensen in mijn hoofd meeliepen, iedere stem met een eigen motivatie: soms vanuit mijn ego, soms vanuit mijn verstand en soms vanuit pure angst.[2]
     Aan de motivatie mankeerde dus niets. Het was slechter gesteld met de concentratie.[3]
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 19 oktober 2022 Weblink bron NOS Nieuws “De Floriade was een flop, maar de plantjes wil iedereen hebben” (Zaterdag 1 oktober, 12:05), NOS
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Echte Amerikaanse jeans” (2017), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044632767
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be