modest

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·dest
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen modest modester (modestst) *
verbogen modeste modestere (modestste) *
partitief modests modesters -

Bijvoeglijk naamwoord

modest

  1. zich niet belangrijker of opvallender makend
    • Als ze uit zichzelf vertrekken, zulke gedachten, zijn ze timide en modest, niet zo destructief en monstrueus, niet zo alomtegenwoordig. [3]
    • De lezer merkt dat Isers doelen weinig modest zijn; hun verwezenlijking zou zonder meer een revolutie in de literatuurwetenschap betekenen. [4]
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest modest(e)" worden gebruikt.[5][6]
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen