calvinistisch
Uiterlijk
- Geluid: calvinistisch (hulp, bestand)
- IPA: / kɑlvi'nɪstis / (4 lettergrepen)
- cal·vi·nis·tisch
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | calvinistisch | calvinistischer | |
| verbogen | calvinistische | calvinistischere | |
| partitief | calvinistisch | calvinistischers | - |
calvinistisch
- betrekking hebbend op of gerelateerd aan het calvinisme
- ▸ Oorlogswinter speelt zich af in het gebied van zijn jeugd, de noordkant van de Veluwe. Terlouw groeide daar als zoon van een predikant op in een zwaar calvinistisch milieu. Hij schetste de bezetting als een tijd van lijden en onrecht, waarin goed en fout niet altijd helder te onderscheiden waren, maar waarin wel morele keuzes moesten worden gemaakt.[1]
- Het woord calvinistisch staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "calvinistisch" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 92 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron Dik Verkuil“Het vertrouwen van Jan Terlouw was zijn kracht en zijn zwakte” (16 mei 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -isch in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 96 %
- Prevalentie Vlaanderen 92 %