modern

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·dern
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tot de nieuwere tijd behorend’ voor het eerst aangetroffen in 1617 [1]
  • [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen modern moderner modernst
verbogen moderne modernere modernste
partitief moderns moderners -

Bijvoeglijk naamwoord

modern

  1. van deze tijd, volgens de laatste mode
    • Dat is een modern huis. 
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Indonesisch

Woordafbreking
  • mo·dern
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

modern

  1. modern

Zelfstandig naamwoord

modern

  1. houding of denkwijze die bij de tijd is