modern

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·dern
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen modern moderner modernst
verbogen moderne modernere modernste
partitief moderns moderners -

Bijvoeglijk naamwoord

modern

  1. van deze tijd, volgens de laatste mode
    Dat is een modern huis.
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Indonesisch

Woordafbreking
  • mo·dern
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

modern

  1. modern

Zelfstandig naamwoord

modern

  1. houding of denkwijze die bij de tijd is