antiek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·tiek
enkelvoud meervoud
naamwoord antiek -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

antiek o

  1. oude kunst-, sier- en gebruiksvoorwerpen, die verzameld en verhandeld worden
    Hij handelt in antiek.
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen antiek antieker antiekst
verbogen antieke antiekere antiekste
partitief antieks antiekers -

Bijvoeglijk naamwoord

antiek

  1. oud, maar waardevol
    Op de veiling gaat een omvangrijke partij antieke tegels onder de hamer.
  2. met betrekking tot de klassieke Grieks-Romeinse oudheid
    Plato is een antieke denker.
Vertalingen

Meer informatie