moderne

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·der·ne

Bijvoeglijk naamwoord

moderne

  1. verbogen vorm van de stellende trap van modern

Meer informatie


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·der·ne
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleent aan het Franse bijvoeglijke naamwoord moderne, dat van de Latijnse woorden modo en modus komt
Naar frequentie 2938
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
g enkelvoud moderne mere moderne mest moderne
o enkelvoud moderne
meervoud moderne
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
moderne mere moderne mest moderne

Bijvoeglijk naamwoord

moderne

  1. modern



Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·der·ne
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleent aan het Franse bijvoeglijke naamwoord moderne, dat van de Latijnse woorden modo en modus komt
Naar frequentie 2930
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud moderne mer moderne mest moderne
o enkelvoud moderne
meervoud moderne
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
moderne mer moderne mest moderne

Bijvoeglijk naamwoord

moderne

  1. modern



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·der·ne
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleent aan het Franse bijvoeglijke naamwoord moderne, dat van de Latijnse woorden modo en modus komt
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud moderne meir moderne mer moderne
o enkelvoud moderne
meervoud moderne
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
moderne meir moderne mest moderne

Bijvoeglijk naamwoord

moderne

  1. modern