moderniseren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·der·ni·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
moderniseren
moderniseerde
gemoderniseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

moderniseren

  1. (overgankelijk) modern maken
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Wiktionnaire
  2. etymologiebank.nl