moderniseren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·der·ni·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
moderniseren
moderniseerde
gemoderniseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

moderniseren

  1. overgankelijk modern maken
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Wiktionnaire
  2. etymologiebank.nl