huidig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hui·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen huidig
verbogen huidige
partitief huidigs - -

Bijvoeglijk naamwoord

huidig

  1. bij het heden behorend
    De huidige minister is erg intelligent.
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl