hypermodern

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hy·per·mo·dern
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘zeer modern’ voor het eerst aangetroffen in 1912 [1]
  • afgeleid van modern met het voorvoegsel hyper-
stellend
onverbogen hypermodern
verbogen hypermoderne
partitief hypermoderns

Bijvoeglijk naamwoord

hypermodern

  1. zo overdreven modern dat het door velen lelijk gevonden wordt
    • Die hypermoderne gebouwen uit de jaren zestig moeten nodig eens tegen de vlakte. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen