moderator

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·de·ra·tor
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘geestelijk adviseur’ voor het eerst aangetroffen in 1816 [1]
  • van modereren, (matigen) met het achtervoegsel -ator
  • van het Latijnse 'moderator' (bestuurder, leider)
enkelvoud meervoud
naamwoord moderator moderatoren
moderators
verkleinwoord moderatortje moderatortjes

Zelfstandig naamwoord

moderator m

  1. (religie) (onderwijs) een godsdienstleraar die cathéchisme geeft op een middelbare school
  2. (beroep) iemand die het debat leidt of toezicht houdt
  3. (religie) synodevoorzitter
  4. (scheikunde) stof die reactie beheersbaar maakt in een kernreactor
  5. (informatica) iemand die op een internetsite/-forum toezicht houdt en met een aantal taken belast is
  6. (natuurkunde) materiaal in een kernreactor die vrijgekomen snelle neutronen vertraagt
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Verwijzingen