kernreactor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kern·re·ac·tor
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘toestel dat energie levert door de splijting van atoomkernen’ voor het eerst aangetroffen in 1957 [1]
  • samenstelling van  kern  en  reactor  [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kernreactor kernreactoren
kernreactors
verkleinwoord kernreactortje kernreactortjes

Zelfstandig naamwoord

kernreactor m

  1. (techniek) installatie waarin een nucleair splijtingsprocess plaats vindt
    • De veiligheid van kernreactoren is al jaren een heet hangijzer. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen