materieel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·te·ri·eel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord materieel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

materieel o

  1. wat nodig is aan gereedschappen, machines enz. voor werk of bedrijf dus niet de grondstof (terminologie met name gebruikelijk bij het leger, de politie, brandweer)
    met bouwmaterieel wordt dus iets anders bedoeld dan bouwmateriaal
  2. (spoorwegen) benodigdheden, met name rollend ... zoals locomotieven, rijtuigen etc.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen materieel materiëler materieelst
verbogen materiële materiëlere materieelste

Bijvoeglijk naamwoord

materieel

  1. betrekking hebbend op materiaal of materialen
  2. feitelijk, werkelijk
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie