oefenmateriaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oe·fen·ma·te·ri·aal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oefenmateriaal oefenmaterialen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

oefenmateriaal o

  1. producten waarmee je geleerde vaardigheden in de praktijk kunt oefenen
    • De taalcursisten lezen iedere dag de krant als oefenmateriaal. 

Gangbaarheid