maska

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Oppersorbisch

Zelfstandig naamwoord

maska v

  1. masker; een voorwerp geplaatst voor het gelaat dat de indruk wekt van een andere identiteit van de drager
Afgeleide begrippen


Pools

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Duitse Maske

Zelfstandig naamwoord

maska v

  1. masker; een voorwerp geplaatst voor het gelaat dat de indruk wekt van een andere identiteit van de drager
  2. (techniek) motorkap; scharnierbaar deel van de carrosserie van een auto waaronder zich de motor bevindt
Synoniemen
  1. kapot m
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Meer informatie


Slowaaks

Zelfstandig naamwoord

maska v

  1. masker; een voorwerp geplaatst voor het gelaat voor andere redenen, zoals beveiliging of zuurstoftoevoer
  2. masker; een voorwerp geplaatst voor het gelaat dat de indruk wekt van een andere identiteit van de drager


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·s·ka
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Duitse Maske

Zelfstandig naamwoord

maska v

  1. masker; een voorwerp geplaatst voor het gelaat voor andere redenen, zoals beveiliging of zuurstoftoevoer
  2. masker; een voorwerp geplaatst voor het gelaat dat de indruk wekt van een andere identiteit van de drager
Verbuiging
Synoniemen
  1. škraboška v
  2. převlek monbezield, přestrojení o, maškarní kostým monbezield, maškara v
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
Verwante begrippen
Paroniemen

Meer informatie

Verwijzingen


Wymysoojs

Zelfstandig naamwoord

maska v

  1. masker; een voorwerp geplaatst voor het gelaat dat de indruk wekt van een andere identiteit van de drager