loofde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • loof·de

Werkwoord

vervoeging van
loven

loofde

  1. enkelvoud verleden tijd van loven
    • Ik loofde. 
    • Jij loofde. 
    • Hij, zij, het loofde.